Samenwerkingstool binnen leerlingenbegeleiding
Deze pagina is nog in opbouw!!
Om de samenwerking binnen leerlingenbegeleiding te versterken, ontwikkelde Prodia een samenwerkingstool. Deze tool helpt de onderwijsprofessional om leerlingen optimaal te begeleiden volgens de fasen van het zorgcontinuüm. In samenwerking met leerling, ouders en leerkracht vertrekt deze begeleiding vanuit brede basiszorg en wanneer nodig wordt zorg bijgeschakeld en waar mogelijk teruggeschakeld. Zo bouwen we samen aan sterke leerlingenbegeleiding voor alle leerlingen.
De samenwerkingstool maakt gebruik van verschillende symbolen die de onderliggende principes van samenwerking binnen een continuüm van zorg weergeven. We lichten ze hieronder kort toe. Daarna gaan we in op de toepassing vanuit de verschillende fasen van het zorgcontinuüm. Meer info over de onderliggende principes vind je in het Algemeen Diagnostisch Protocol onder Visie en beleid op leerlingenbegeleiding.

Leerling, ouder en leerkracht staan centraal

Samenwerking met ouders, leerling en leerkracht is belangrijk om tot kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding te komen. Elke betrokkene brengt zijn eigen expertise en perspectief mee rond de tafel. Alle betrokkenen denken na over wat hun bijdrage zou kunnen zijn in de begeleiding van een leerling en de ondersteuning van ouders en het schoolteam. Samen bepalen ze een verdere aanpak. Als het voor iedereen duidelijk is wanneer en hoe bepaalde aanpassingen worden ingezet, vergroot de kans op een zinvolle samenwerking en passende begeleiding voor alle leerlingen. In deze samenwerking zijn leerkrachten spilfiguur in gedeelde verantwoordelijkheid met het gehele schoolteam, andere partners in leerlingenbegeleiding en externen. Leerkrachten zijn vaak het eerste aanspreekpunt voor leerlingen en ouders, al kunnen zij uiteraard ook steeds terecht bij het CLB en andere partners.
Het zorgcontinuüm als basis voor de samenwerking

Doorheen de fasen van het zorgcontinuüm betrekt het schoolteam steeds meer partners in de begeleiding voor één of meerdere leerlingen. Samen bekijken zij welke onderwijsbehoeften een (groep van) leerling(en) heeft en bieden ze begeleiding aan die leerling(engroep) vanuit een bepaalde fase. Alle partners delen hierbij een collectieve verantwoordelijkheid. De school behoudt daarbij de eindverantwoordelijkheid over de totale ontwikkeling van de leerlingen. Binnen het continuüm van zorg nemen verschillende actoren op verschillende momenten de leiding in het besluitvormingsproces of het traject.
De leerkracht heeft de regie in handen om de ontwikkeling van de leerling te stimuleren binnen de klas, het zorgteam heeft de regie over het gefaseerd besluitvormingsproces in verhoogde zorg, het CLB heeft de regie over het handelingsgericht diagnostisch traject binnen uitbreiding van zorg. Ook in het buitengewoon onderwijs kan deze samenwerkingstool richting en inspiratie bieden. Het Individueel Aangepast Curriculum (IAC) wordt immers ontwikkeld binnen de cyclus van handelingsplanmatig werken. Binnen deze cyclus wordt het handelen voortdurend afgestemd en bijgestuurd op basis van een actueel beeld van de leerling, waarbij diens onderwijs- en opvoedingsbehoeften centraal staan. Zo wordt zorg waar nodig bij- en teruggeschakeld.
Pijlen wijzen op geschakelde zorg

De fasen van het zorgcontinuüm lijken elkaar lineair op te volgen, maar bouwen in de praktijk verder op elkaar. Een flexibele en dynamische toepassing, op maat van de school, leerling en zijn context, is nodig. Zo kan er vlot worden bijgeschakeld wanneer onderwijs- of opvoedingsbehoeften complexer worden, en teruggeschakeld wanneer de zorg binnen een lagere fase van het zorgcontinuüm kan worden opgenomen. Geschakelde zorg betekent dat de genomen maatregelen of aanpassingen binnen de lagere fasen onverkort worden verdergezet wanneer er wordt bijgeschakeld naar hogere fasen. De pijlen maken duidelijk wanneer bijschakelen nodig of terugschakelen mogelijk is.
Radertjes als evaluatiemoment

Kwaliteitsvol samenwerken veronderstelt systematische en cyclische evaluatie, zoals weergegeven door de radertjes en bijkomende vragen. Evaluatie is geen afzonderlijke stap maar een integraal onderdeel van de onderwijspraktijk en het (handelings)planmatig werken. De evaluatiemomenten helpen bepalen of bijsturing nodig is. Ze maken waar mogelijk ook duidelijk of maatregelen kunnen worden afgebouwd naar een lagere fase van het zorgcontinuüm of breder kunnen worden ingezet voor een grotere groep leerlingen.
Aan de slag met de samenwerkingstool
Brede basiszorg
Binnen brede basiszorg heeft de leerkracht de regie om de ontwikkeling van de leerling te stimuleren. De leerkracht maakt hierbij gebruik van een aantal onderdelen zoals omschreven in ‘Ontwikkeling stimuleren’ binnen het Referentiekader Onderwijskwaliteit. Binnen hun beleid op leerlingenbegeleiding maakt de school bovendien een beeldvorming op van haar leerlingenpopulatie om haar onderwijs zo veel mogelijk kwaliteitsvol af te stemmen op de noden van haar leerlingen. De centrale (rader)vraag in deze fase betreft: “Hebben de klassikale aanpassingen effect op de leerling?” Als het antwoord hierop negatief is, wordt bijgeschakeld naar verhoogde zorg.
Meer lezen over brede basiszorg? Klik hier!
Verhoogde zorg
Het zorgteam heeft de regie over het gefaseerd besluitvormingsproces in verhoogde zorg. Het zorgteam formuleert in afstemming met alle betrokkenen vanuit de beeldvorming doelen en behoeften voor een leerling of groep leerlingen. Hierbij worden zij eventueel ondersteund door pedagogische begeleiders, CLB‑medewerkers en, indien nodig, externe partners of leerondersteuners. De centrale (rader)vraag in deze fase betreft: “Hebben de aanpassingen effect op de leerling(en)?” Als het antwoord hierop negatief is, wordt bijgeschakeld naar uitbreiding van zorg.
Meer lezen over verhoogde zorg? Klik hier!
Uitbreiding van zorg
Het CLB heeft de regie over de kernactiviteiten en opdrachten binnen uitbreiding van zorg. Mits toestemming van leerling en/of ouders gaat het CLB-team na wat de leerling nodig heeft om optimaler te kunnen leren, ontwikkelen, participeren. Dit doen ze door het inzetten van één of meerdere van hun kernactiviteiten. De centrale (rader)vraag in deze fase betreft: “Kunnen aanpassingen nu opgevolgd worden binnen brede basiszorg of verhoogde zorg?” Als het antwoord hierop negatief is, blijft opvolging binnen uitbreiding van zorg noodzakelijk. Indien aangewezen kan leersteun worden opgestart en/of kunnen verslagen (zoals een IAC‑ of OV4‑verslag mits voldaan aan de diagnostische criteria) of documenten (zoals een M‑doc of A‑doc) worden opgemaakt.
Meer lezen over uitbreiding van zorg? Klik hier!
Handelen en evalueren op basis van een IAC- of OV4-verslag
Wanneer een leerling een IAC- of OV4-verslag heeft, volgen de onderwijspartners de evolutie van deze leerling samen op. Leerlingen met een IAC- of OV4-verslag kunnen zowel in het gewoon als in het buitengewoon onderwijs terecht. In beide onderwijscontexten wordt gewerkt volgens een continuüm van zorg. Zowel binnen scholen voor gewoon als buitengewoon onderwijs denkt men actief na over het creëren van een meer inclusieve leeromgeving. De centrale (rader)vraag in deze fase betreft: “Is het IAC- of OV4-verslag nog nodig?”
Meer lezen over IAC/OV4? Klik hier!
Inhoudsopgave
Vind sneller de inhoud waarin u geïnteresseerd bent op deze pagina: